Stoornissen die de logopedist in Twello o.a. behandelt

Stem;
Stembandknobbeltjes, stembandpoliep, Reinckes Oedeem, hese stem, zwakke stem, zachte stem, schelle stem

Adem:

Verkeerde spreekademhaling, hyperventilatie,

Spraak:
Onduidelijk spreken, binnensmonds spreken, broddelen, stotteren, dysartrie, nasaal spreken

Taal:
Zich niet goed kunnen verwoorden, woordvindingsproblemen, woordenschat- en/of zinsbouwproblemen

Gehoor:
Spraak afzien, onduidelijk spreken bij slechthorendheid,

Mondspieren;
open-mond-gedrag, slappe mondspieren, slikproblemen, problemen met eten, kauwen en/of drinken

Uitleg over CELF sub tests en hun doel

 CELF- 4- NL (Clinical Evaluation of Language Fundamentals)

Begrippen en aanwijzingen Volgen (BAV)     

Mondeling gegeven aanwijzingen kunnen begrijpen. Zich de namen en kenmerken van voorwerpen te herinneren evenals de volgorde waarin deze worden opgesomd. Uit een aantal keuzemogelijkheden het voorwerp aan te wijzen dat door een plaatje wordt aangeduid.

Woordstructuur (WS)

De regels voor woordvorming (morfologie) toe te kunnen passen zodat verbuigingen, afleidingen en vergelijkingen kunnen worden gemaakt., De juiste voornaamwoorden te gebruiken bij het verwijzen naar mensen en dingen.

Zinnen herhalen (ZH)

Te luisteren naar gesproken zinnen van toenemende lengte en complexiteit. Zinnen te herhalen zonder veranderingen in woordbetekenissen (semantiek), verbuigingen, woordvormen (morfologie) of zinsstructuur (syntaxis).

Zinnen formuleren (ZF)

Het beoordelen van de vaardigheid om bij het spreken volledige, semantisch en grammaticaal juiste zinnen te formuleren van toenemende lengte en complexiteit (eenvoudige en samengestelde zinnen). Daarbij moeten aangeboden woorden worden gebruikt en moeten de zinnen betrekking hebben op situaties die met plaatjes worden aangegeven.

Woordcategorieen Receptief en Expressief (WC- R, WC-E)

Het beoordelen van het vermogen om verband te leggen tussen plaatjes (voor jonge kinderen) en woorden (voor oudere kinderen) met een betekenisovereenkomst en dat verband onder woorden brengen.

Zinnen begrijpen (ZB)

Het beoordelen van de vaardigheid om: a) De bedoeling van gesproken zinnen, toenemend in lengte en complexiteit, te begrijpen. b) Plaatjes te selecteren die de betekenis van de zin aangeven.

Actieve Woordenschat (AW)

Het beoordelen van de vaardigheid om afbeeldingen van mensen, voorwerpen en handelingen te benoemen.

Definities van Woorden (DW)

Het beoordelen van de vaardigheid om aan te geven welke betekenis woorden hebben, in hoeverre woorden wat betreft betekenis met elkaar overeenkomen, hoe woorden kunnen worden gedefinieerd door categorieën te gebruiken en welke betekenis alleen voorkomt bij het woord waarna verwezen wordt.

Tekstbegrip (TB)

Het beoordelen van de vaardigheid om: a) De aandacht vast te houden terwijl geluisterd wordt naar een gesproken tekst van toenemende lengte en moeilijkheidsgraad. b) Het begrijpen van mondelinge gesproken tekst en verhalen. c) Vragen te kunnen beantwoorden over de inhoud van de verstrekte informatie. d) Kritisch te kunnen denken en tot logische antwoorden te komen.

Zinnen Samenstellen (ZS)

Het beoordelen van de vaardigheid om door het combineren van woorden en groepen woorden grammaticaal juiste en semantisch betekenisvolle zinnen te vormen.

Semantische Relaties (SR)

Het beoordelen van de vaardigheid zinnen te interpreteren waarin :  a) Vergelijkingen worden gemaakt. b) Een plaats of een richting wordt aangegeven. c)  Tijdsrelaties worden aangegeven. d) Een volgorde in een reeks wordt aangegeven. e) Een lijdende vorm wordt gebruikt.

Fonologisch Bewustzijn (FB)

De subtest dient om een beeld te krijgen van de kennis van het kind van de klankstructuur van de taal en de vaardigheid die het heeft in het omgaan met spraakklanken. Het gaat daarbij om:  a) Weergave van zinnen , lettergrepen en fonemen in  onderdelen. b) Combinatie van lettergrepen en fonemen. c) Aangeven van lettergrepen. d) Identificatie en bewerking van fonemen.

Woordassociaties (WA)

Het beoordelen van de wijze waarop woorden naar hun betekenis worden geordend en de manieren die het kind gebruikt om snel en doelgericht woorden, die op grond van hun betekenis tot een groep behoren, met elkaar te verbinden en te benoemen.

Cijfers Herhalen (CH)

Het beoordelen van de vaardigheid om reeksen cijfers, die in lengte toenemen, voorwaarts (CHV) en achterwaarts (CHA) na te zeggen. Deze vaardigheid doet een duidelijk beroep op aandacht en concentratievermogen en het auditieve/ verbale werkgeheugen.

Reeksen Opsommen (RO)

Het beoordelen van de vaardigheid om vlot om te gaan met auditieve en verbale informatie en die te ordenen. Er wordt een duidelijk beroep gedaan op aandacht en concentratie, verwerkingssnelheid en het auditief/ verbaal werkgeheugen.

Snel Benoemen (SB)

Het beoordelen van de vaardigheid om: a) Herhaald aangeboden visuele stimuli(kleuren, vormen en combinaties van kleuren en vormen) visueel te verwerken en in het werkgeheugen op te slaan. b) De visuele stimuli binnen een bepaalde tijd automatisch, vlot en accuraat te benoemen.

 

 

Toelichting Kernscores en Indexscores CELF4

Kernscore

De subtests Begrippen en Aanwijzen Volgen, Woordstructuur, Zinnen Herhalen en Zinnen Formuleren van de CELF vormen de Kernscore. Met de Kernscore kan de algemene taalvaardigheid van een kind worden bepaald. Een kernscore van 85 of lager geeft direct aanwijzing om verder te testen. Dit betekent dat de algemene taalvaardigheid als onvoldoende mag worden bestempeld.

Receptieve Taal Index

Is een maat voor het kunnen luisteren en het auditief begrip.

Expressieve Taal Index

Is een algemene maat voor de vaardigheid om  zich door middel van taal uit te drukken.

Taalinhoud Index

Geeft een beeld van de kennis van woorden, het kunnen leggen van verbanden tussen woorden en het begrijpen van mondeling aangeboden informatie.

Taalvorm Index

Is een algemene maat voor het begrijpen van zinnen, het kunnen vormen van zinnen met gegeven woorden, het zich kunnen herinneren van mondelinge aanwijzingen, het begrijpen van semantische (betekenis)  relaties.

De Werkgeheugen Index

Is een maat voor aandacht, concentratie en het zich kunnen herinneren van de volgorde van figuren. Het betreft het goed om kunnen gaan met letters en cijfers in een korte tijd, zich deze te herinneren en ze tegelijkertijd in een bepaalde volgorde te zetten.